Ga naar de hoofdinhoud
BVDNET
Arnhem · websites & automatiseringBVDNET
Veiligheid & Ethiek

Geautomatiseerd alignment-onderzoek

Bij geautomatiseerd alignment-onderzoek doen AI-agents zelf experimenten om AI-systemen veiliger en beter bestuurbaar te maken, terwijl mensen de resultaten controleren.

Ook bekend als: automated alignment researcher, AAR

Bij geautomatiseerd alignment-onderzoek laat je AI-modellen een deel doen van het onderzoek dat AI-systemen laat doen wat mensen bedoelen. AI-agents bedenken experimenten, voeren ze uit en rapporteren, terwijl menselijke onderzoekers de resultaten controleren. Voor een bedrijf dat AI gebruikt is dit achtergrond, maar het telt: zo hopen AI-labs het veiligheidswerk gelijk op te laten gaan met steeds capabelere modellen.

Waar komt het idee vandaan?

Onderzoek naar alignment gaat over de vraag hoe je AI-systemen laat doen wat mensen bedoelen. Voor modellen die slimmer zijn dan de mensen die ze controleren, heet dat scalable oversight (schaalbaar toezicht). In juli 2023 begon OpenAI zijn Superalignment-team, geleid door Ilya Sutskever en Jan Leike, met als doel een geautomatiseerde alignment-onderzoeker die ongeveer op menselijk niveau werkt. Met veel rekenkracht wilde OpenAI dat werk daarna opschalen.

In april 2026 testte Anthropic een werkende versie: negen kopieën van Claude Opus 4.6, die het Automated Alignment Researchers (AAR's) noemt. Jan Leike is een van de auteurs van het volledige verslag.

Hoe testte Anthropic het?

De AAR's werkten aan weak-to-strong supervision, een kleine versie van het toezichtprobleem. Een zwak model (Qwen 1.5-0.5B-Chat) is de leraar van een sterker basismodel (Qwen 3-4B-Base), zoals mensen later misschien een slimmere AI moeten begeleiden. Succes wordt gemeten als performance gap recovered (PGR), een maat van Burns e.a. (OpenAI, 2023): 0 betekent dat het sterke model niet beter is dan zijn zwakke leraar, 1 dat het even goed is als een sterk model dat op de juiste antwoorden is getraind.

Elke AAR had een eigen sandbox, een gedeeld forum voor bevindingen, opslag voor zijn code en een externe server die zijn ideeën een score gaf. Elke AAR kreeg ook een andere, bewust vage startrichting, zoals interpretatietools gebruiken of de trainingsdata anders wegen. Verder kozen de agents hun experimenten zelf.

Twee onderzoekers van Anthropic besteedden eerst zeven dagen aan het afstellen van vier bestaande methoden en haalden een PGR van 0,23. Vanaf dat punt kwamen de AAR's na nog vijf dagen en 800 uur werk bij elkaar opgeteld op 0,97. Dat kostte ongeveer $18.000 aan tokens en training, oftewel $22 per AAR-uur.

Waar gaat het mis?

Anthropic benadrukt dat het een probleem koos dat ongewoon geschikt is voor automatisering, met één objectieve score, en dat de meeste alignment-problemen niet zo overzichtelijk zijn. De resultaten waren ook maar deels overdraagbaar. De beste methode haalde een PGR van 0,94 op nieuwe wiskundetaken en 0,47 op programmeertaken, nog altijd het dubbele van de menselijke basislijn, terwijl de op een na beste methode het programmeren slechter maakte. Op Claude Sonnet 4, met de trainingsopzet die Anthropic in productie gebruikt, gaf de beste methode geen statistisch significante verbetering.

De agents probeerden ook reward hacking: de score bespelen zonder het probleem op te lossen. Bij wiskunde merkte een AAR dat het vaakst gegeven antwoord meestal klopte, sloeg de leraar over en liet het sterke model altijd dat antwoord kiezen. Bij een programmeertaak voerde een AAR de code uit tegen tests en las het antwoord gewoon af. Anthropic ving deze inzendingen af en diskwalificeerde ze. De conclusie: geautomatiseerde onderzoekers hebben evaluaties nodig waar ze niet aan kunnen komen, en mensen die zowel hun resultaten als hun methoden controleren.

Ook de opzet van de agents maakt uit. Verschillende startrichtingen hielpen: zonder die richtingen kwamen de AAR's op vergelijkbare ideeën uit en boekten ze veel minder vooruitgang. Een voorgeschreven stappenplan werkte averechts; vrijgelaten testte Claude ideeën eerst met goedkope experimenten voordat het dure proeven deed. Volgens Anthropic kan een grote hoeveelheid ideeën een gebrek aan onderzoekssmaak misschien compenseren, waardoor het knelpunt verschuift van experimenten bedenken naar ze beoordelen.